Deze editieNieuwsReizen

De river Tweed als grensrechter

De Scottish Borders beginnen officieel wanneer je Schotland binnenkomt bij Coldstream via de A698 of via de A68, na een tocht door natuurparken in  Northumberland en over de moors bij Carter Bar. Daar stopt vrijwel iedereen even bij de grote granieten steen met een opschrift dat niets aan twijfel overlaat: SCOTLAND.

Je kunt ook de A1 afrijden langs de oostkust, maar dan besteel je jezelf. En ook de entree via de M4 in het westen biedt niet het mooiste dat de onderkant van Schotland in huis heeft. Wie lieflijk Coldstream aandoet, stuit op de rivier de Tweed die zich 165 kilometer lang als een slang door het landschap slingert. Hij worstelt zich door de Tweedsmuir Hills en Drumelzier, richting het oosten om zich na die prachtige tocht bij Berwick-upon-Tweed in de Noordzee te verliezen. Op het laatste stuk van 35 kilometer vormt het water de natuurlijke Engels-Schotse grens.

Tussen de 13de en 17de eeuw vielen Engelse legers negen keer Schotland binnen en de Schotten beantwoordden dat drie keer. Grensgevechten en veediefstal waren aan de orde van de dag. Het was daar een onvoorspelbaar bestaan, tegen een overweldigend decor.

ONUITWISBAAR
In de Middeleeuwen werden grote kloosters gebouwd in Melrose, Dryburgh, Kelso en Jedburgh, tehuis voor Augustijners, Cisterciënzers, Tironiënsers, (Benedictijnse) priesters en monniken. Hun voornaamste doel was te observeren, te besturen en te beschermen in een tijdperk waarin de kerk van voor de reformatie eer betoonde aan Rome, maar zichzelf plaatsten onder bescherming van de Schotse monarchen…

Het complete artikel lezen? Neem een abonnement op Whisky etc. magazine! Bekijk hier de mogelijkheden. 

Tekst: Charles Douglas, Keith Fergus en Thom Olink